Categorie archief: Scheppingsmodel

Ontstaan van steenzoutformaties

De afgelopen weken verscheen er van de hand van ing. S.J. Heerema een artikel in het tijdschrift Grondboor & Hamer. Een tijdschrift van de Nederlandse Geologische Vereniging. Naar aanleiding van dit artikel werd Ing. Heerema geïnterviewd door het Reformatorisch Dagblad. Hij laat in het tijdschrift zien dat de dichtheid zoals die aangenomen wordt door geologen, bijvoorbeeld in het boek Geology of the Netherlands, niet klopt.

Welke mogelijkheden zijn er om het ontstaan van de steenzoutformaties te verklaren? Lees dat hier:

Ontstaan van Steenzoutformaties

Feedback: scheppingsmodel [at] hotmail.com

Wel evolutie, geen gemeenschappelijke afstamming

Vandaag (20-10-2015) verscheen er in het Nederlands Dagblad een artikel die ik samen met een moleculair bioloog schreef. Begrijpelijkerwijs kon dit artikel niet in zijn geheel worden opgenomen. Wanneer u de pdf hieronder aanklikt dan kunt u het volledige artikel lezen.

Wel evolutie, geen gemeenschappelijke afstamming

Feedback?: scheppingsmodel [at] hotmail.com

 

Nederlands model voor het ontstaan van steenzoutformaties op Amerikaans Congres

De oorsprong van de immense zoutlagen die begraven liggen onder kilometers dikke lagen sedimentair gesteente blijft boeien. De standaard verklaring binnen de geologie is dat het hier gaat om evaporieten. Ing. S.J. Heerema, die van het zoutonderzoek zijn levenswerk heeft gemaakt, verdedigt echter een vulkanisch ontstaan van steenzoutformaties. Ing. Heerema heeft al in diverse tijdschriften zijn model gepubliceerd en op diverse congressen zijn model gepresenteerd [1]. Veel creationisten vinden zijn model aansprekend omdat de vorming van de kilometers hoge zoutpijlers in interactie met snelle sedimentafzettingen nu binnen een zondvloedmodel verklaard kunnen worden.

Ir. G.J.H.A. van Heugten, chemicus en eigenaar van het bedrijf WaaromSchepping [2], is uitgenodigd door de Creation Geology Society (CGS) om het onderzoek van ing. Heerema te presenteren op een congres. Het congres wordt georganiseerd in samenwerking met de Creation Biology Society (CBS) en zal plaatsvinden van 22 tot en met 25 juli in Cleveland, Georgia. Op het congres wordt door 15 wetenschappers creationistisch onderzoek gepresenteerd [3]. Ir. Van Heugten zal op basis van Nederlandse gegevens laten zien dat de zoutpijlers niet langzaam maar catastrofaal in vloeibare fase zijn gevormd. Zijn reis wordt gefinancierd uit een Nederlands fonds dat beschikbaar is gesteld voor Bijbelgetrouw wetenschappelijk onderzoek [4].

Voor wie niet in de gelegenheid is om naar Amerika af te reizen maar toch naar het zoutmodel van ing. Heerema wil luisteren: ing. Heerema en ir. Van Heugten zijn allebei aanwezig op het Graceland Festival van 14-16 augustus 2015 op De Betteld in Zelhem [5]. Om de beurt geven ze daar een presentatie over de zondvloed, waar vervolgens op gereageerd kan worden door de luisteraars.

[1] Voor een presentatie op de conferentieserie Geloof jij het https://www.youtube.com/watch?v=gBnwGOmJ2rY

[2] www.waaromschepping.nl

[3] http://www.eventbrite.com/e/origins-2015-tickets-16864289544

[4] Het abstract zal t.z.t. op de website van CBS te zien zijn.

[5] http://www.gracelandfestival.nl/programma/12-programma/sprekers/124-lezing-zondvloed-feit-of-fictie

Neodarwinisme haaks op belijdenis

Het neodarwinisme laat zich niet rijmen met het reformatorisch belijden, reageert Jan van Meerten.

Geloof en wetenschap sluiten elkaar niet uit, kopte maandag een opiniebijdrage. En inderdaad: geloof en wetenschap sluiten elkaar niet uit, dat zou appels met peren vergelijken zijn. Maar vervolgens werd wetenschap gelijkgesteld met het neodarwinisme, het leidende beginsel in de biologie. Die vergelijking is onterecht.

Belijdenisgeschriften

Tijdens de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 werden drie belijdenisgeschriften aanvaard: de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Deze belijdenis­geschriften zijn richtinggevend voor de identiteit van de meeste reformatorische instellingen. Het van harte onderschrijven van deze belijdenisgeschriften sluit echter het aanvaarden van het neodarwinisme uit.

God heeft de hemel en de aarde uit het niet geschapen (creatio ex nihilo). De mens werd door God geschapen uit het stof van de aarde en God schiep hem naar Zijn beeld en gelijkenis. Adam en Eva worden in de belijdenisgeschriften „onze eerste voorouders” genoemd. Deze mens heeft zichzelf in het paradijs moedwillig van allerlei gaven beroofd en heeft de wereld en het hele menselijke geslacht met zich meegesleurd. Daardoor zijn alle mensen –niet één uitgezonderd– verdorven geworden. Dit staat in schril contrast met het neodarwinisme. Hierbij is er geen sprake van een eerste mensenpaar, maar van een mens die in ongeveer 7 miljoen jaar tijd is geëvolueerd uit een aapachtige.

Blind

Er zijn christenen die het neodarwinisme combineren met het godsgeloof. Deze worden ook wel theïstisch evolutionisten of evolutionaire creationisten genoemd. Als je deze stroming goed bestudeert, valt een vergelijking op met de gnostiek – waar de kerkvaders terecht afstand van namen.

Gnostici stelden dat de natuur niet goed was geschapen. Het kwaad, de dood en het lijden waren van alle tijden. De oorspronkelijke goedheid van de mens werd door hen verworpen. Bovendien kon God onmogelijk een kwade wereld hebben geschapen. Daarom introduceerden ze de Demiurg als scheppingsgod, die willekeurig en blind handelde. God werd zo Zijn directe rol bij de schepping ontnomen. Het neodarwinisme werkt net als de Demiurg ook willekeurig en blind en maakt daarom God als Schepper overbodig.

Wie het neodarwinisme omarmt, maakt zo indirect van de zondeval een onzinnig leerstuk. De verlossing van de zonde door Christus is dan ook overbodig.

Vast vertrouwen

Veel (reformatorische) christenen laten het hierbij. Zij onderschrijven de Drie Formulieren van Enigheid en geloven God op Zijn Woord. Dat is heel goed te begrijpen, de scheppingsleer is belangrijker dan een wetenschappelijk model.

Daarnaast zijn er ook christenen die de werkelijkheid om ons heen willen onderzoeken en deze proberen te begrijpen in die zin dat Gods Woord en Gods werk niet met elkaar in tegenspraak kunnen zijn. Deze christenen, ook wel creationisten genoemd, besteden veel aandacht aan zowel een eigen model als aan het bekritiseren van het evolutiemodel in de vorm van het neodarwinisme.

Ik noem als voorbeeld het werk van dr. Esperante, dr. Brand en anderen die onderzoek deden naar de Piscoformatie in Peru. Daar liggen in een 400 meter dikke aardlaag mogelijk tienduizenden walvissen begraven. Studie van creationisten toont aan dat de walvissen en vele andere waterdieren uitsluitend in een snel proces zo puntgaaf begraven konden zijn. De dieren moeten wel snel begraven zijn, omdat ze anders zouden zijn verteerd door het bodemleven. Het werk werd gepubliceerd in een vakblad voor geologen.

Daarnaast wil ik het baanbrekende werk noemen dat creationisten doen op het gebied van C14-onderzoek. Daaruit blijkt dat dinosaurusbotten, diamanten en steenkool het instabiele radioactieve isotoop van koolstof-14 bevatten. Dit zou niet mogelijk zijn binnen de theorie van miljoenen jaren.

In de naturalistische wetenschapsbeoefening gaat het om de consensus. In het reformatorische geloof gaat het om een vast vertrouwen in de God van de Bijbel. Dat gaat vaak dwars tegen de consensus in.

De auteur was organisator van het onlangs gehouden symposium ”De waarde van de schepping voor wetenschapsbeoefening en ethiek” in Opheusden.

Bronvermelding: Meerten, Jan van, (2014), Neodarwinisme haaks op belijdenis, in: Reformatorisch Dagblad Puntkomma 44 (174): 7.

Jonge-aarde-scheppingsmodel: Een recente ontwikkeling?

René Fransen schreef onlangs op de website geloofenwetenschap.nl een artikel over verschillende standpunten in het evolutiedebat.[1] Het is fijn dat hij een overzicht maakt van de verschillende standpunten in het schepping-en-evolutiedebat. Over het algemeen genomen is het een duidelijk artikel. Bij de beschrijving van het jonge-aarde-creationisme (voortaan in dit artikel jonge-aarde-scheppingsmodel) geeft hij een redelijke goede samenvatting wat jonge-aarde-scheppingsmodel inhoudt. Hij schrijft:

Aarde is maximaal 10.000 jaar oud, Geologische kenmerken zijn vooral ontstaan door de zondvloed. Evolutie kan geen nieuwe eigenschappen produceren. Macro-evolutie bestaat niet, alleen micro-evolutie (verandering van al bestaande eigenschappen).”[2]

Die laatste regel zou ik wat anders formuleren. Jonge-aarde-scheppingsmodel heeft niet veel met evolutie te maken. Om de visie van de jonge-aarde-creationisten binnen een regel te beschrijven is het beter de volgende zin te formuleren: ‘Er is variatie mogelijk binnen de grenzen van een baramin. Er wordt gevarieerd binnen de al bestaande eigenschappen.’

Historische ontwikkeling

Verderop in het artikel beweert René Fransen dat het zogenoemde creationisme een recente ontwikkeling is. Alhoewel het woord creationisme[3] niet zo lang in gebruik is, is de gedachte van een jonge aarde geen recente ontwikkeling.  Dit geeft Fransen ook toe met de zin: ‘Hoewel christenen al sinds de eerste eeuw van de jaartelling hebben geloofd dat de schepping hoogstens enkele duizenden jaren geleden heeft plaatsgevonden (…)’[4] Maar toch beweert Fransen dat het jonge-aarde-creationisme een recente ontwikkeling is. Hij laat het beginnen bij George McCready Price rond 1923. Hij zegt dat het kenmerk van het jonge-aarde-creationisme is ‘dat geprobeerd wordt met wetenschappelijke bewijzen aan te tonen dat de schepping zes- tot tienduizend jaar geleden heeft plaatsgevonden’[5]. Deze definitie doet geen recht aan het jonge-aarde-scheppingsmodel. De scheppingsdaad kan volgens deze creationisten niet bewezen worden, want dit is een eenmalige daad, waarbij geen mensen betrokken waren. Jonge-aarde-creationisten nemen de zes- tot tienduizend jaar als kader en binnen dat kader bouwen zij hun modellen. Ze proberen niet met ‘wetenschappelijke bewijzen’ aan te tonen dat de schepping zes tot tienduizend jaar geleden geschapen is, maar werken vanuit dat kader. En dan is deze gedachte helemaal niet zo recent. Want wat doet Fransen dan met de werken van Nicolaus Steno, John Woodward en nog vele andere personen die wetenschap bedreven maar ook veel waarde hechtten aan schepping en zondvloed?[6] Er worden veel overeenkomsten gevonden tussen de huidige jonge-aarde-creationisten en deze bovengenoemde personen.[7] Het is te uitgebreid om daar nu op in te gaan en mijn studie naar de werken van die personen is nog niet voltooid. Wel kan ik zeggen dat er vanaf ongeveer 1600 gewerkt wordt binnen een kader van zes- tot tienduizend jaar, en waarbij schepping en zondvloed prominente rollen vervullen. De meest interessante persoon is de geologische pionier Nicolaus Steno (de Latijnse naam van Niels Stensen). Een citaat uit een van zijn geologische werken kan duidelijk maken wat ik bedoel. Ik citeer uit zijn Prodromus:

In regard to the time of the universal deluge, secular history is not at variance with sacred history, which related all things in detail. The ancient cities of Tuscany, of which some were built on hills formed by the sea, put back their birthdays beyond three thousand years; in Lydia, moreover, we come nearer four thousand years: so that it is possible thence to infer that the time at which the earth was left by the sea agrees with the time of which Scripture speaks.”[8]

Wanneer je niet zou weten wie dit citaat geschreven heeft zou je denken dit een jonge-aarde-creationist is. Maar het is Nicolaus Steno die leefde van 1638-1686. En daarom wil ik benadrukken dat wat René Fransen ons zegt in zijn artikel over de historische ontwikkeling van het jonge-aarde-scheppingsmodel absoluut onjuist is.

Wanneer René Fransen wat meer zou willen weten over de tijd voor Price zou hij het boek van Terry Mortenson moeten lezen.[9] Helaas is Fransen niet de enige die dergelijke beweringen doet. Vorig jaar zag ik dat ook al bij Taede Smedes.[10] De geschiedenis moet eerlijk weergegeven worden. Waarom zou dat niet kunnen en mogen?

Samenvattend: Creationisme als woord is recent. Maar de combinatie schepping, zondvloed en wetenschap zoals de jonge-aarde-creationisten benadrukken is al eeuwen oud. Een tip voor ForumC is om wanneer het jonge-aarde-scheppingsmodel beschreven moet worden dit niet door een theïstisch evolutionist te laten doen maar door een creationist.


[1] Fransen, René; 2011, Schepping en evolutie – wie staat waar? Geplaatst op de website van geloofenwetenschap van ForumC. Link: http://www.geloofenwetenschap.nl/index.php/artikelen/item/53-schepping-en evolutie-wie-staat-waar?.html

[2] Idem als 1, blz. 2

[3] Het is niet exact te bepalen wanneer het woord creationisme in gebruik is genomen in de huidige zin van het woord. Vroeger had je namelijk ook een andere betekenis voor het creationisme. Daardoor is er sprake van begripsverwarring die je goed kan oplossen door een andere benaming op te voeren en het niet jonge-aarde-creationisme te noemen maar het jonge-aarde-scheppingsmodel.

[4] Idem als 1, blz. 4

[5] Idem als 1, blz. 4

[6] Voor een levensbeschrijving van Nicolaus Steno verwijs ik naar het boek van Hans Kermit. Referentie: Kermit, Hans; 2003, Niels Stensen The Scientist who was Beatified, Gracewing, Leominster Het bekendste geologische werk van Steno is vertaald door John Garret Winter. Referentie: Steno, Nicolaus; Winter, John Garret; 1916, The Prodromus of Nicolaus Steno’s dissertation concerning a solid body enclosed by process of nature within a solid, The Macmillan Company, London (Overigens is mijn gebruikte versie een fotokopie van het bovenstaande boek en gedrukt in 2010)

[7] Austin, Steven A.; Baumgardner, John R.; Humphreys, D. Russel; Snelling, Andrew A.; Vardiman, Larry; Wise, Kurt P.; 1994, Catastrophic Plate Tectonics: A Global Flood Model of Earth History, in: R.E. Walsh (ed.), Proceedings of the Third International Conference on Creationism p. 609-621. Zie ook het artikel van Tas Walker die deze vergelijking maakt. Referentie: Walker, Tas; 2008, Geological pioneer was a biblical creationist, in: Journal of Creation 22 (1): 93-98

[8] Steno, Nicolaus; Winter, John Garret; 1916, The Prodromus of Nicolaus Steno’s dissertation concerning a solid body enclosed by process of nature within a solid, The Macmillan Company, London, blz. 266

[9] Mortenson, Terry; 2004, The Great Turning Point, the church’s catastrophic mistake on geolgoy – before Darwin, Master Books, Green Forest.  Wanneer je minder moeite wilt doen moet je het artikel van Hans Hoogerduijn opzoeken. Referentie: Hoogerduijn, Hans; 2002, Opkomst en ondergang van de zondvloedgeologie, in: Radix 28 (1): 47-71

[10] Meerten, Jan van; 2010, Taede Smedes en de creationisten, geplaatst op mijn oude weblog: scheppingsmodel.web-log.nl (Verschijnt hier binnenkort)

Het arikel is ook in pdf-versie verkrijgbaar. Volg deze link: Jonge-aarde-scheppingsmodel Een recente ontwikkeling