Categorie archief: Geschiedenis van het scheppingsmodel

Waren er ooit creationistische geluiden te horen aan de VU? – 1

Was de faculteit theologie aan de Vrije Universiteit (VU) ooit creationistisch? Met creationistisch bedoel ik dan: geloofden de personen aan deze faculteit in een schepping van zes dagen, een historische zondeval en een wereldwijde zondvloed? Om die vraag te kunnen beantwoorden moeten we de werken van alle VU-theologen doorspitten. Een tweede vraag is: kunnen we wat van deze geschiedenis leren?

Voor de rest van dit artikel:

Waren er ooit creationistische geluiden te horen aan de VU? – 1

Met dank aan dhr. Maatkamp van Uitgeverij Maatkamp, uitgever van het creationistische boek ‘Wie heeft God gemaakt?’ voor de bewerking van het artikel.

Neodarwinisme en de reformatorische belijdenis

Op 11 oktober 2014 was er in Opheusden een symposium dat ik had georganiseerd onder de titel ‘De waarde van de schepping voor wetenschapsbeoefening en ethiek’. Het Reformatorisch Dagblad was aanwezig om verslag te doen en dit verslag verscheen op 13 oktober 2014 in de krant. In die week werd er een reactie op onder andere dit stuk geplaatst en betoogde dr. René Fransen dat christenen het neodarwinisme wel degelijk als scheppingsmethode van God kunnen aanvaarden. Op 23 oktober reageerde ik met de stelling dat het neodarwinisme haaks staat op de reformatorische belijdenis, en dat als je dat wel zou doen, je in een dwaalleer van de gnostiek stapt. Verder betoogde ik dat er onderzoek plaatsvindt door christenen die de Bijbel betrouwbaar achten voor alle terreinen van het leven. Dr. Fransen reageerde hierop door te zeggen dat als je stelt dat het onmogelijk is christen te zijn en het neodarwinisme te accepteren, je de zaak van het evangelie niet verder helpt. Ik wil in deze reactie eens kijken naar zijn argumenten. Dit artikel kon niet meer in het Reformatorisch Dagblad geplaatst worden; de discussie is namelijk door het RD gesloten. Ik wil in het onderstaande artikel alleen op zijn meest recente krantenartikel ingaan.

Voor een pdf van het hele artikel:

Neodarwinisme en de reformatorische belijdenis

Met dank aan Uitgeverij Maatkamp, uitgever van het creationistische boek Wie heeft God gemaakt? voor het controleren van de tekst en de opmaak. [1] [1] http://www.uitgeverijmaatkamp.nl/book/4?p=6 Feedback?: scheppingsmodel@hotmail.com

Neodarwinisme haaks op belijdenis

Het neodarwinisme laat zich niet rijmen met het reformatorisch belijden, reageert Jan van Meerten.

Geloof en wetenschap sluiten elkaar niet uit, kopte maandag een opiniebijdrage. En inderdaad: geloof en wetenschap sluiten elkaar niet uit, dat zou appels met peren vergelijken zijn. Maar vervolgens werd wetenschap gelijkgesteld met het neodarwinisme, het leidende beginsel in de biologie. Die vergelijking is onterecht.

Belijdenisgeschriften

Tijdens de Nationale Synode van Dordrecht in 1618 en 1619 werden drie belijdenisgeschriften aanvaard: de Heidelbergse Catechismus, de Nederlandse Geloofsbelijdenis en de Dordtse Leerregels. Deze belijdenis­geschriften zijn richtinggevend voor de identiteit van de meeste reformatorische instellingen. Het van harte onderschrijven van deze belijdenisgeschriften sluit echter het aanvaarden van het neodarwinisme uit.

God heeft de hemel en de aarde uit het niet geschapen (creatio ex nihilo). De mens werd door God geschapen uit het stof van de aarde en God schiep hem naar Zijn beeld en gelijkenis. Adam en Eva worden in de belijdenisgeschriften „onze eerste voorouders” genoemd. Deze mens heeft zichzelf in het paradijs moedwillig van allerlei gaven beroofd en heeft de wereld en het hele menselijke geslacht met zich meegesleurd. Daardoor zijn alle mensen –niet één uitgezonderd– verdorven geworden. Dit staat in schril contrast met het neodarwinisme. Hierbij is er geen sprake van een eerste mensenpaar, maar van een mens die in ongeveer 7 miljoen jaar tijd is geëvolueerd uit een aapachtige.

Blind

Er zijn christenen die het neodarwinisme combineren met het godsgeloof. Deze worden ook wel theïstisch evolutionisten of evolutionaire creationisten genoemd. Als je deze stroming goed bestudeert, valt een vergelijking op met de gnostiek – waar de kerkvaders terecht afstand van namen.

Gnostici stelden dat de natuur niet goed was geschapen. Het kwaad, de dood en het lijden waren van alle tijden. De oorspronkelijke goedheid van de mens werd door hen verworpen. Bovendien kon God onmogelijk een kwade wereld hebben geschapen. Daarom introduceerden ze de Demiurg als scheppingsgod, die willekeurig en blind handelde. God werd zo Zijn directe rol bij de schepping ontnomen. Het neodarwinisme werkt net als de Demiurg ook willekeurig en blind en maakt daarom God als Schepper overbodig.

Wie het neodarwinisme omarmt, maakt zo indirect van de zondeval een onzinnig leerstuk. De verlossing van de zonde door Christus is dan ook overbodig.

Vast vertrouwen

Veel (reformatorische) christenen laten het hierbij. Zij onderschrijven de Drie Formulieren van Enigheid en geloven God op Zijn Woord. Dat is heel goed te begrijpen, de scheppingsleer is belangrijker dan een wetenschappelijk model.

Daarnaast zijn er ook christenen die de werkelijkheid om ons heen willen onderzoeken en deze proberen te begrijpen in die zin dat Gods Woord en Gods werk niet met elkaar in tegenspraak kunnen zijn. Deze christenen, ook wel creationisten genoemd, besteden veel aandacht aan zowel een eigen model als aan het bekritiseren van het evolutiemodel in de vorm van het neodarwinisme.

Ik noem als voorbeeld het werk van dr. Esperante, dr. Brand en anderen die onderzoek deden naar de Piscoformatie in Peru. Daar liggen in een 400 meter dikke aardlaag mogelijk tienduizenden walvissen begraven. Studie van creationisten toont aan dat de walvissen en vele andere waterdieren uitsluitend in een snel proces zo puntgaaf begraven konden zijn. De dieren moeten wel snel begraven zijn, omdat ze anders zouden zijn verteerd door het bodemleven. Het werk werd gepubliceerd in een vakblad voor geologen.

Daarnaast wil ik het baanbrekende werk noemen dat creationisten doen op het gebied van C14-onderzoek. Daaruit blijkt dat dinosaurusbotten, diamanten en steenkool het instabiele radioactieve isotoop van koolstof-14 bevatten. Dit zou niet mogelijk zijn binnen de theorie van miljoenen jaren.

In de naturalistische wetenschapsbeoefening gaat het om de consensus. In het reformatorische geloof gaat het om een vast vertrouwen in de God van de Bijbel. Dat gaat vaak dwars tegen de consensus in.

De auteur was organisator van het onlangs gehouden symposium ”De waarde van de schepping voor wetenschapsbeoefening en ethiek” in Opheusden.

Bronvermelding: Meerten, Jan van, (2014), Neodarwinisme haaks op belijdenis, in: Reformatorisch Dagblad Puntkomma 44 (174): 7.

De Drie Formulieren van Enigheid en onze oergeschiedenis

Wanneer u op de onderstaande link klikt dan krijgt u mijn studie te zien naar de Drie Formulieren van Enigheid en onze oergeschiedenis.

Feedback? Mail dan naar scheppingsmodel [at] hotmail.com.

Het artikel is te lezen via:
De drie formulieren van Enigheid en onze oergeschiedenis

Jonge-aarde-scheppingsmodel: Een recente ontwikkeling? (3)

Recent verscheen in het Reformatorisch Dagblad een artikel over het artikel van Ab Flipse verschenen in Church History. Ik stuurde een ingezonden stuk, maar deze werd niet geplaatst. Volgens de redacteur reageerde ik niet op het artikel, ik was van mening van wel. Hierbij het ingezonden stuk:

Recent (13/8) verscheen er in deze krant een artikel over het creationisme. De vraag wordt gesteld ‘waar het creationisme vandaan komt’. De titel geeft aan dat het uit VS komt. Dit artikel en een zoektocht in de literatuur geeft aan dat George McCready Price gezien kan worden als het startpunt. Alle referenties binnen die literatuur geven Ronald Numbers als bron. Ronald Numbers heeft een lijvig werk geschreven over creationisten. Wat het ontstaan van het creationisme betreft vind ik zijn argumenten niet sterk. Er zijn een aantal zaken te noemen die pleiten tegen de gedachte dat George McCready Price gezien kan worden als startpunt van het jonge-aarde-scheppingsmodel. Het is allereerst nuttig om een jonge-aarde-creationist te definiëren. Een creationist is iemand die wat de oergeschiedenis betreft gelooft dat ‘de aarde zo’n 6.000 tot 10.000 jaar geleden in zes dagen geschapen is, de mens een afzonderlijke schepping van God is, er sprake is van een historische zondeval, een zondvloed en een spraakverwarring.’ Binnen het jonge-aarde-scheppingsmodel dient onderscheid gemaakt te worden tussen Bijbels creationisten en Wetenschappelijk creationisten. De Bijbels creationisten nemen alleen Gods Woord aan als kenbron van de oergeschiedenis. Zoals Ds. G.H. Kersten zegt: ‘Alleen door de openbaring kunnen wij de schepping kennen en door het geloof verstaan.’ Deze Bijbels creationisten vind je bijvoorbeeld in de bevindelijk-gereformeerde kringen maar ook in andere stromingen. Dit Bijbelse scheppingsmodel is niet afkomstig uit de VS maar vind je al terug bij de kerkvaders en is via Calvijn en Luther in Nederland gekomen. Als tweede het wetenschappelijk scheppingsmodel. Een Wetenschappelijk creationist wil met de Bijbel in de hand onderzoek doen in de wereld om ons heen. Het motto is: ‘Gods Woord en de werkelijkheid kunnen niet met elkaar in tegenspraak zijn.’ Een wetenschappelijk creationist ziet in de aardgeschiedenis sporen van de zondvloed (zondvloedgeologie) en ziet discontinuïteit tussen verschillende groepen van organismen (baraminologie). Volgens hen zijn er sporen van ontwerp in de natuur waar te nemen. Dit Wetenschappelijk Scheppingsmodel is ook niet afkomstig uit de VS. Je vindt deze gedachte al bij de zogenoemde ‘Scriptural Geologists’ die zich op hun beurt weer baseerden op de vroeg-zondvloedgeologen. Een voorbeeld ter verduidelijking: Steven Austin, zondvloedgeoloog in de VS, ontwikkelde het idee dat steenkool was gevormd door snelle afzetting van drijvende vegetatie tijdens de zondvloed. Dit idee was niet nieuw maar was al geopperd door John Williams in 1789, James Parkinson in 1804, Granville Penn in 1825, Martyn Paine in 1856 en Ellen G. White in 1864. Er zijn nog tientallen voorbeelden aan te halen in de literatuur die ervoor pleiten dat de argumenten van het wetenschappelijk scheppingsmodel niet werden ontwikkeld als reactie op het Darwinisme maar al veel eerder bestonden.

Kerkvaders en de zondvloed

Via een kennis werd ik op een mooi artikel van Paul Garner gewezen.[1] In zijn artikel laat hij zien dat het jonge-aarde-scheppingsmodel geen recente gedachte is maar al gevonden werd bij de kerkvaders. Hij herhaalt zijn conclusie nog eens op zijn weblog: “From the earliest days of the Christian church, the universality of the Flood was accepted on the testimony of the biblical text, and fossils were sometimes regarded as evidence of the cataclysm.[2]” Dit laat zien dat het jonge-aarde-scheppingsmodel een kijk op de werkelijkheid heeft die al eeuwenoud is.  Van harte aanbevolen! Ook de bekende creationist Todd Wood beveelt dit artikel aan zag ik later.[3]

[1] http://creation.com/church-fathers-flood

Jonge-aarde-scheppingsmodel: Een recente ontwikkeling? (2)

Op de website ‘Geloof en Wetenschap’ van ForumC verscheen alweer een tijdje terug een artikel waarin de volgende stelling werd genomen:

‘Wat nu vaak de ‘letterlijke lezing’ van de Bijbel wordt genoemd is dat helemaal niet. En de manier waarop de creationistische beweging de Bijbel letterlijk leest, bestond voor de jaren twintig van de vorige eeuw niet of nauwelijks.’

Mijn reactie via ForumC was (iets aangepast) als volgt:

Nogmaals een reactie van mijn kant. Jammer dat er veel over de personen gelezen wordt en niet de tekst van die personen zelf geraadpleegd is. In de 45 voetnoten is geen enkel werk van de vroege kerkvaders, mensen uit de Middeleeuwen en Reformatoren als Calvijn en Luther ter hand genomen, alleen maar tweederangs (secundaire) bronnen. Hoe kun je dan zeggen dat de manier waarop creationisten de Bijbel lezen niet of nauwelijks bestond voor de jaren twintig van de vorige eeuw. Zelfs Ronald Numbers die in zijn boek ‘The Creationists’ een hoop weglaat van de geschiedenis voor George McCready Price komt niet tot dergelijke uitspraak.

De vragen:
a. Weten jullie wel hoe creationisten de Bijbel lezen, of vechten jullie tegen zelfgemaakte stromannen?
b. Weten jullie hoe veel christenen in het verleden de Bijbel gelezen hebben?
c. Hebben jullie dat vergeleken met hoe creationisten de Bijbel lezen?

Nu de weerlegging van het bovenstaande:

Paul Garner, een creationist uit UK, werd geconfronteerd met diezelfde stelling die handelde over de vrouw van Kaïn. Hij schrijft dit op zijn weblog:
http://thenewcreationism.wordpress.com/2012/01/21/cains-wife-revisited/
Hoezo bestond de manier van Bijbel lezen door creationisten niet of nauwelijks voor de jaren ‘20?

Op dit moment ben ik bezig met een uitgebreid onderzoek naar de geschiedenis van ‘de gedachte van een jonge aarde en een wereldwijde zondvloed.’ Ik hoop hier op 2 maart 2012 een presentatie over te geven wat een stukje van dit ‘ongoing research’ laat zien. (Zie: www.dcsconferences.com)

William Whiston over de schepping: ‘De Mozaische Schepping is niet een leuk en filosofisch verslag over de oorsprong van alle dingen, maar een historische en waarheidsgetrouwe weergave van de vorming van onze aarde uit een verwarde chaos, en van de opeenvolgende zichtbare veranderingen daarvan elke dag, tot het de woning werd van de mensheid.’
Hoezo bestond de manier van Bijbel lezen door creationisten niet of nauwelijks voor de jaren ’20?

Johannes Calvijn schrijft: ‘Mozes toont breedvoerig aan dat de geheele wereld in het water is ondergedompeld. Voorts moet het verhaal daartoe strekken, dat wij den watervloed, waardoor de wereld omkwam niet aan het toeval zouden toekennen.’
Hoezo bestond de manier van Bijbel lezen door creationisten niet of nauwelijks voor de jaren ’20?

Ik kan wel doorgaan met talloze citaten die laten zien dat verschillende christenen in het verleden, voor de jaren ’20!, de Bijbel lazen zoals creationisten dat doen. Een dergelijk historisch revisionisme is uiterst schadelijk! ForumC stop met het propageren van dergelijke artikelen!

Ik moet wel opmerken dat ik slechts enkele citaten heb gegeven. Dit geeft geen overzicht van de volledige geschiedenis maar ik probeer hier wel facetten in deze lijn te belichten. Wellicht vind ik nog tijd om het volledige artikel van Moritz aan een kritisch onderzoek te onderwerpen, maar voorlopig heb ik andere bezigheden.